Home Bemesting Meerwaarde fosfaatbemesting dierlijke mest
0

Meerwaarde fosfaatbemesting dierlijke mest

0
0

Uit de demonstratieproeven, van het project ‘Precisiebemesting fosfaat uit dierlijke mest’, in Lucaswolde en Zeijen die in 2016 zijn uitgevoerd is gebleken dat fosfaatbemesting uit dierlijke mest een positief resultaat kan opleveren. Het doel van deze demonstratie was om uit te testen of mestkorrels van dierlijke mest een goede meststof zijn voor de fosfaatbemesting op melkveebedrijven. Het gaat hierbij om het deel fosfaatbemesting bovenop de bemesting met eigen drijfmest, passend binnen de wettelijke kaders en landbouwkundige bemestingsnormen.

 

Met dit doel is na een analyse van verschillende mestsoorten gekozen voor een dierlijke mestkorrel van varkensmest. Dit is een dierlijke mest met een relatief hoog fosfaatgehalte dat makkelijk verwerkbaar is en in grote aantallen beschikbaar is. Mestverwerking Friesland heeft deze mest gepelleteerd wat een mestkorrel oplevert met de N-P-K verhouding van 2-4-3. Met deze korrel is zowel in gras als mais op twee locaties demonstratievelden aangelegd. De percelen zijn uitgezocht op een lage fosfaatbeschikbaarheid (P-Pae kleiner dan 2) omdat gewassen op deze gronden een startgift met fosfaat goed kunnen gebruiken.

 

Zachte winter en voorjaar

Uit de demonstraties is gebleken dat door het gebruik van deze dierlijke mestkorrel het gras meer fosfaat beschikbaar heeft. Op beide locaties was daardoor het gehalte van fosfor in het gras hoger. In het voorjaar van 2016 resulteerde dat niet in een hogere opbrengst. Op demovelden komt eenduidig naar voren dat het fosforgehalte van het gras behandeld met de fosfaatkorrel beduidend hoger is. In Zeijen 8% en in Lucaswolde 13% hoger. De verwachting dat een aanvullende gift met mestkorrel meer opneembaar fosfaat voor het gras geeft wordt hiermee bevestigd.

 

De droge stof opbrengst en de kVEM opbrengst was alleen in Zeijen hoger. In Lucaswolde was deze juist lager. De ruw eiwit opbrengst in Lucaswolde was zelfs 13% lager. Dit was een ander resultaat dan verwacht. Met deze bemesting is de verwachting dat op percelen met een lage fosfaat beschikbaarheid in de bodem een positief effect op droge stof opbrengst, kVEM opbrengst en de Ruw Eiwit opbrengst. De oorzaak van dit resultaat kan de zachte winter en de relatief hoge temperatuur in het voorjaar van 2016 zijn waardoor het gras veel minder gevoelig voor een fosfor tekort is.

Dit fenomeen was ook te zien op de vele praktijkpercelen in Noord Nederland die door de natte omstandigheden voor half april geen drijfmest hadden gekregen maar waar wel een hele goede grassnede was gegroeid. In een voorjaar met een gemiddelde temperatuur en een lagere bodemtemperatuur door een koudere winter is het gemis van drijfmest doorgaans heel goed waar te nemen. Het loont daarom te onderzoeken in een ander jaar of fosfaatkorrel ook de opbrengst verhoogd op percelen met een lagere fosfaatbeschikbaarheid.

Verbetering stikstofopname door voldoende fosfaat

Uit de bemestingsproeven is gebleken dat de dierlijke mestkorrel bij toepassing in de rij bij snijmais in 2016 een meerwaarde lijkt te hebben ten opzichte van de referentie en de objecten met iSeed.
Op beide demovelden was de opbrengst droge stof van de objecten met de dierlijke mestkorrel het hoogst. Deze was gemiddeld 3% hoger dan de referentie. Bij de zetmeelopbrengst is het beeld veel minder éénduidig. Bij het demoveld Op de Es was de zetmeelopbrengst van de referentie het hoogst maar daar was de afrijping op het moment van de oogst van de referentie veel verder gevorderd dan van de andere twee objecten.

Het droge stofgehalte van de referentie was 2% hoger dan de andere twee objecten. Dit verklaart een groot deel van het verschil. Op dit demoveld was de zetmeelopbrengst van de mestkorrel 3 % lager dan het iSeed object, bij het demoveld bij de Boer was de zetmeelopbrengst van de mestkorrel 3 % hoger dan het iSeed object en 6 % hoger dan de referentie. De stikstofopbrengst van de dierlijke mestkorrel scoort gemiddeld het hoogst over beide demonstratievelden. Dit geeft een indicatie dat het geven van voldoende fosfaat de stikstofopname en benutting van de mais verbeterd.

Perspectief voor toepassing

Deze demonstratievelden geven een indicatie omdat door het ontbreken van voldoende herhalingen geen uitspraken over de statistische betrouwbaarheid van de verschillen gedaan kan worden. Dit biedt voldoende perspectief om de toepassing van dierlijke mestkorrels bij de rijenbemesting van snijmais verder te onderzoeken.

De eerste conclusie is dat de dierlijke mestkorrels goed gebruikt kunnen worden in de bemesting op melkveebedrijven. Zeker als de bodem in de winter en voorjaar een laag tot gemiddelde bodemtemperatuur heeft. Daarnaast is een dierlijke mestkorrel die is gepelleteerd goed te gebruiken is in de huidige kunstmeststrooiers en zaaimachines met kunstmestdosering.

In Noord Nederland zijn veel percelen met relatief lage fosfaatgehaltes. Drijfmest rijenbemesting kan een alternatief zijn op maïsland maar op percelen met een lage draagkracht is dit slecht uitvoerbaar. Daarom is er behoefte aan een alternatieve fosfaat meststof in de rij voor mais. Op gras kan met dierlijke mest op percelen met een lage fosfaatbeschikbaarheid onvoldoende fosfaat gegeven worden. Ook hier is een aanvulling met een fosfaatmeststof die past op derogatiebedrijven welkom. De provincie Groningen ziet deze situatie ook in haar provincie en heeft een bijdrage aan deze demonstratie geleverd.